ONL: Gemeentelijk grondbeleid als aanjager lokale economie

Magazines | Noord Limburg Business nr 5 2018

Het is hoog tijd om het gemeentelijke grondbeleid te zien als de aanjager van de regionale economie en niet langer als een flappentap. Gemeenten denken te weinig na over de rol van bedrijfshuisvesting in de economische structuur van de regio. Het resultaat is dat bedrijfspanden en industrieterreinen niet meer passen bij de behoefte van ondernemers. De economie is de afgelopen jaren ingrijpend veranderd. Gemeenten en beheerders van bedrijfspanden en bedrijventerreinen moeten zich realiseren dat dit een andere visie op bedrijfshuisvesting vergt.

Ondernemers moeten flexibel kunnen zijn, ook ten aanzien van de bedrijfshuisvesting. De tijd waarin bedrijven konden vertrouwen op de naam en grootte van de onderneming is voorbij. Technologisering, globalisering en de crisis toonden ons een nieuwe realiteit. Wendbare kleine bedrijven die snel kunnen schakelen blijken beter, sneller of goedkoper te kunnen leveren dan de eens oppermachtige kolossen. Succesvolle spelers weten dat de nieuwe conjunctuurgevoeligere en minder voorspelbare economie om andere competenties vraagt. Ondernemers moeten flexibel zijn en zo nodig nieuwe (tijdelijke) samenwerkingen aangaan.

Jarenlang vastzitten aan bedrijfshuisvesting is niet meer van deze tijd. Wendbaarheid betekent snel kunnen uitbreiden en inkrimpen, maar ook kunnen verhuizen. Als je niet weet hoe de markt er over een half jaar uitziet, wil je geen huurcontract van vijf jaar. De mogelijkheid om per maand te huren, inkrimpen of uitbreiden zonder aan een meerjarencontract vast te zitten zal dan ook steeds populairder worden.

De nieuwe flexibele economie is een netwerkeconomie. Ondernemers zullen steeds meer moeten samenwerken om hun doelen te behalen. Snel samengestelde en dynamische samenwerkingen zijn de nieuwe werkvormen. Bedrijfslocaties moeten hierop ingesteld zijn om toegevoegde waarde te hebben. Ondernemers willen elkaar snel en makkelijk kunnen vinden en bereiken. Mooie voorbeelden hiervan in Den Haag zijn de Caballero Fabriek en BINK36. Grote leegstaande gebouwen werden, met hulp van de gemeente veranderd tot bedrijfsverzamelgebouwen, waar meer dan 250 bedrijven met flexibele huurcontracten gevestigd zijn. Het resultaat is een heel netwerk tussen kleine bedrijven, die flexibel kunnen samenwerken.

Deze voorbeelden zijn echter niet representatief voor de situatie in de meeste gemeenten. Grondpolitiek is te lang gezien als een speeltje om snel geld te verdienen. Nauwelijks werd er stilgestaan bij de vraag hoe een nieuw bedrijventerrein de regionale economie kan aanjagen. Door dit beleid en de crisis blijven gemeenten zitten met dure grond, bouwplannen die niet door zijn gegaan en grote leegstaande gebouwen waar geen bestemming meer voor is. De aanwezige industrieterreinen passen niet meer bij de economie van nu. Om de situatie nog lastiger te maken, staan de grond en het vastgoed vaak ook nog onder water.

Zie grondbeleid als een kans om de economie aan te jagen. Gemeenten moeten hier de handen ineenslaan met bedrijvenparken en ondernemers om gezamenlijk een economische agenda te maken. Op die manier kan gekeken worden hoe er in deze regio geld verdiend moet gaan worden. Hierbij moet rekening gehouden worden met het feit dat ondernemers minder lang vooruit kunnen kijken en flexibiliteit nodig hebben.

De gemeenten zouden van het starre vergunningen- en bestemmingsplanbeleid moeten afstappen, zodat er ruimte komt voor innovatieve bedrijven en ideeën. Denk aan een bestemmingsplan dat voorkomt dat een aantal winkels uit de binnenstad een oud leegstaand pand buiten het centrum als gezamenlijk afhaalpunt mag gebruiken. Een pand is geen doel op zich. Bedrijfslocaties moeten waarde toevoegen. Als bedrijfslocaties, ondernemers en gemeenten deze uitdaging samen aangaan, wordt de regio weer aantrekkelijk en ontstaat er groei en werkgelegenheid. Op deze manier komt er langzaamaan een ondernemend ecosysteem en ondersteun je de netwerkeconomie. Zo bevorder je groei in de economie van vandaag.

Hans Biesheuvel maakte na een carrière bij het ministerie van Verkeer en Waterstaat in 1988 de overstap naar het zelfstandig ondernemerschap. In 2000 startte hij met investerings-maatschappij Habest Holding. In 2011 volgde het voorzitterschap van MKB-Nederland, waarna hij in 2013 zijn functie neerlegde om de nieuwe ondernemersorganisatie ONL voor Ondernemers op te zetten.